Menu

KANS: stoppen of doorgaan

Inhoud van deze pagina

Naam project: KANS: stoppen of doorgaan
Projectleider (+affiliatie): Dr. JR. De Jong (MUMC, UM); Prof. Dr. J. Vlaeyen (UM, KU Leuven)
Projectgroep: Dr. JR. de Jong / Dr. M. van Eijsden
Looptijd: t/m 2013
Samenwerkende en deelnemende instituten: KU Leuven
Vraagstelling: Kan participatie en autonomie bij KANS patiënten genormaliseerd worden door het stimuleren van het hanteren van flexibele stopregels met activity pacing, problem solving, responspreventie, blootstelling en mindfulness. Exposure in vivo of standaardiseerde fysiotherapie?
Methode: Gerandomiseerd, gecontroleerd en gerepliceerd experimentele single-case designs.
Beschrijving: De studie onderzoekt of een stop-rule management programma een positieve invloed heeft op participatie en autonomie bij patiënten met KANS welke zijn geïndiceerd voor revalidatie. Centraal binnen het stop-rule management programma staat het mood-as-input model. Dit model stelt dat de impact van stemming op de motivatie van mensen om te volharden in een taak afhangt van het doel dat ze nastreven. Individuen die streven naar Enough-doelen blijven zolang een taak uitvoeren totdat ze een bevredigend gevoel hebben. Personen die streven naar Enjoy-doelen zullen alleen volharden in een taak als deze aangenaam is. Een negatieve stemming betekent voor individuen met Enough doelen dat ze een bepaalde taak niet naar tevredenheid hebben uitgevoerd, wat resulteert in volharding van de betreffende taak, terwijl negatieve stemming bij individuen met enjoy-doelen het signaal geeft dat ze niet meer genieten van de taak, wat leidt tot terugtrekking uit de taak. Indien toegepast op chronische pijn, voorspelt het mood-as-input model dat er vier wegen naar chronische pijn zijn. Negatieve stemmingen in combinatie met Enjoy-doelen kan leiden tot chronische pijn als gevolg van overmatig vermijdingsgedrag, terwijl negatieve stemmingen in combinatie met enough-doelen kan leiden tot chronische pijn als gevolg van buitensporig persisterend gedrag. Het tegenovergestelde patroon wordt voorspeld voor positieve stemmingen. De studie bestaat uit 3 deelstudies. Studie 1 (ABACD of ACABD-design; N=8): nadat alle patiënten eerst een basislijn periode (A) hebben doorlopen krijgen, op basis van randomisatie, 4 patiënten eerst een gestandaardiseerde revalidatie bij KANS, dan weer een basislijn (A), gevolgd door de experimentele stop-rule management programma (C) en een ½ jaarlijkse follow-up periode (D). Bij de andere 4 patiënten is de volgorde van de interventies (B en C) omgekeerd. Studie 2 (ABACD of ACABD-design; N=8): na de basislijn periode A krijgen, op basis van randomisatie, 4 patiënten een stop-rule management programma met daarin de elementen problem solving en activity pacing, gevolgd door een basislijn (A) en wederom een stop-rule management programma met daarin de elementen exposure / respons preventie en mindfulness (C) en een ½ jaarlijkse follow-up periode (D). Bij de andere 4 patiënten is de volgorde van de interventies (B en C) omgekeerd. Studie 3 (ABC-design; N=8): Na de basislijn (A) krijgen patiënten een stop-rule management programma met daarin de exposure en de mindfulness (B), gevolgd door een ½ jaarlijkse follow-up periode (D). Binnen alle drie de deelstudies worden door patiënten dagboekjes bijgehouden en worden voor aanvang en na afloop van iedere interventieperiode een batterij vragenlijsten afgenomen. Ook wordt bij aanvang van de studie, na iedere behandelperiode en tijdens de ½-jaarlijkse follow-up periode door patiënten aan twee handen een actiwatch gedragen.    
Resultaat: Bezig aan dataverwerking
Financiering: VICI Prof. Dr. J Vlaeyen (UM, KU Leuven)